In deze paragraaf wordt verstaan onder:
1.inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de
uitoefening van beroep of
bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of
gelegenheid tot kamperen
wordt verschaft;
2.houder: degene die een inrichting exploiteert dan wel daarin
de feitelijke leiding heeft.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 2
Artikel 2.3.2.1