1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
laten verblijven of te
laten lopen:
a.op de weg, zoals bedoeld in artikel 1.1, onder a, sub 1, zonder
dat die hond `
aangelijnd is;
b.op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
ingerichte
kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het
college
aangewezen plaats;
c.op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een
ander
identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet
kennen.
2.Het verbod geldt niet voor zover de eigenaar of houder van een
hond zich vanwege
zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als
zodanig
aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van
een hond deze
aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.17