Het is verboden bijen te houden:
binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
gebouwen waar
overdag mensen verblijven;
binnen een afstand van 30 meter van de weg.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
een afstand van ten hoogste
zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht
van twee meter
hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit - en
invliegen van de bijen
te voorkomen.
3.Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
niet voor zover de
bijenhouder rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld
in dat lid.
4.Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
niet voor zover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wegenverordening
Zuid-Holland.
5.Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.24