1.De burgemeester kan besluiten tot plaatsing van een apparaat, dat
een hoge zoemtoon
voortbrengt die alleen jongeren tot circa 26 jaar kunnen horen, op
een door hem aangewezen openbare plaats waar structurele overlast
door jongeren wordt veroorzaakt, voor een periode van zes maanden,
inden dit in het belang van het handhaven van de
openbare orde en het woon- en leefklimaat noodzakelijk is.
2.Na het verstrijken van de in het eerste lid bepaalde termijn wordt
de Mosquito
verwijderd. Verlenging van de termijn is slechts dan mogelijk indien
uit een evaluatie nadrukkelijk blijkt dat de inzet van de Mosquito
gelet op de handhaving van de openbare
orde en het woon- en leefklimaat noodzakelijk is.
3.De aanwezigheid van het apparaat als bedoeld in het eerste lid is
op duidelijke wijze
kenbaar voor een ieder die de desbetreffende openbare plaats
betreedt.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.4b