Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in
de openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te
slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
voer- of
vaartuigen of onderdelen daarvan;
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere dergelijke,
gewoonlijk
voor recreatieve doeleinden gebezigde voorwerpen, indien het
plaatsen of
aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
anderszins
voor een commercieel doel;
d.mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
verzameling
ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten,
afbraakmaterialen en oude metalen;
2.Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp
wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke Ordening of de
Verordening
Bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4.4.1