1) Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
voor andere verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan op drie
achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben
2) Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
gestelde verbod.
3) De ontheffing wordt in elk geval geweigerd indien het parkeren
naar het oordeel van het college buitensporig is met het oog op de
verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk voor het
uiterlijk aanzien van de gemeente.
4) Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
Wegenverordening Zuid-Holland of de Verordening Bescherming
Landschap en Natuur Zuid-Holland.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 1
Artikel 5.1.5