Naar hoofdinhoud
1.. In dit artikel wordt onder standplaats verstaan: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruik makend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2.. Onder standplaats wordt niet verstaan: a.. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b.. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2.2.2 3.. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 4.. Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt ingenomen. 5.. Een vergunning als bedoeld in het derde lid kan worden geweigerd: a.. in het belang van de openbare orde; b.. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; c.. in het belang van de vrijheid van het verkeer of de verkeersveiligheid; d.. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs valt te verwachten dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau ter plaatse in gevaar komt; e.. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand. 6.. Een vergunning als bedoeld in het derde lid wordt geweigerd wegens strijd met een geldend bestemmingsplan. 7.. De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8.. De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder e, geldt niet voor bouwwerken. 9.. Het verbod in het derde lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zuid-Holland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel