1.Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden
zonder
vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een vaartuig,
op, in of boven
openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.
2.Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
voorwerpen waarop
gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
3.Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
gedachten of
gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te
hebben, indien
deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van
bevestiging gevaar
opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
doelmatig en
veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het
doelmatig beheer
en onderhoud van het openbaar water.
4.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp
wordt voorzien door de Scheepvaartverkeerswet, het
Binnenvaartpolitiereglement, de
Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Vaarwegenverordening
Zuid-Holland, de
Telecommunicatiewet.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 3
Artikel 5.3.1