1.Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
brengen in de
toestand van bij de gemeente in beheer zijnde vaarten, havens,
dijken, wallen, kaden,
trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
pompen,
waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of
sluizen.
2.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp
wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken,
het Binnenvaartpolitiereglement of de Vaarwegenverordening
Zuid-Holland.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 3
Artikel 5.3.5