1.Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar
water ophoudt,
verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan
hinder of
gevaar kan ondervinden.
2.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp
wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet
beheer
rijkswaterstaatswerken of de Provinciale Vaarwegenverordening
Zuid-Holland.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 3
Artikel 5.3.7