1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
motorvoertuig als bedoeld
in artikel 1, onderdeel z, en een bromfiets als bedoeld in artikel
1, onderdeel i van het
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan
wel, ter
voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
houden of te doen
houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of
een bromfiets
met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door
het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij
regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:
in het belang van het voorkomen of beperken van
overlast;
in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
van de omgeving
en ter bescherming van andere milieuwaarden;
c.in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
eerste lid
bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
3.Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg verstaan
wat artikel 1 van
de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
4.Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp
wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
geluidproductie sportmotoren.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 4
Artikel 5.4.1