1.Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten
inrichtingen in de
zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te
stoken of te
hebben.
Het verbod geldt niet voor zover het betreft:
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
dergelijke;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
afvalstoffen
worden verbrand;
c.vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar,
overlast of
hinder voor de omgeving oplevert.
Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
De ontheffing kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde en veiligheid;
ter bescherming van de woon- en leefomgeving;
ter bescherming van de flora en de fauna.
Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
wordt voorzien door
artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht
of de Provinciale
milieuverordening.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 5
Artikel 5.5.1