De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, welke aan derden zijn verhuurd;
kelderingangen, licht- en luchtopeningen (koekoeken) en stoeptreden, welke in of op aan de gemeente om niet afgestane grond aanwezig waren op het tijdstip van overdracht;
vlaggen, vlagdoeken, wimpels en vlaggenstokken, tenzij deze voor reclamedoeleinden worden gebezigd.
voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;
buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- of van hemelwater;
dakgoten, vensterbanken en gevelroosters, welke aan een gebouw zijn aangebracht;
afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,12 meter buiten de gevel uitsteken;
voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen c.q. verkeersbelang voorzien zoals verkeerstekens, wegwijzers, standbeelden, kruisbeelden, banken, fonteinen;
voorwerpen ter zake waarvan op grond van de ”Verordening reclamebelasting 2014” een belasting wordt geheven;
voorwerpen, waarvoor reeds ingevolge een privaatrechtelijke overeenkomst een vergoeding verschuldigd is.
Artikel 7
Vrijstellingen
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2014