**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
openbare weg:
alle voor het openbare rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, met inbegrip van de daarin gelegen bruggen en duikers, de daarbij horende bermen en zijkanten, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;
de –al dan niet met enige beperking- voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken en plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen;
de voor publiek toegankelijke trottoirs, trappen, portieken, gangen, achterontsluitingen, passages en galerijen, welke uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimten toegang geven en niet afsluitbaar zijn;
overige voor het publiek toegankelijke trottoirs, trappen, portieken, gangen, achterontsluitingen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.
openbaar water: - alle wateren die –al dan niet met enige beperking- voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn.
standplaats: - de plaats waar, met behulp van een mobiele inrichting zoals een voertuig, kraam, tafel of enig ander middel op of aan de openbare weg of openbaar water:
in de uitoefening van de ambulante handel, goederen te koop worden uitgestald of aangeboden, verkocht, verhuurd of verstrekt;
diensten worden aangeboden danwel verricht;
goederen of waren van het publiek worden aangekocht of in ontvangst genomen;
reclame of propaganda wordt gemaakt ten behoeve van een commercieel, sociaal, liefdadig, cultureel, politiek of folkloristisch doel.
vaste standplaats: - een standplaats die voor één of meer vaste dagdelen voor de duur van maximaal één kalenderjaar wordt toegewezen.
ideële plaats: - de als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen plaats voor maximaal vier dagen per week voor sociale, liefdadige, politieke of folkloristische doelen.
seizoenstandplaats: - een standplaats die voor bepaalde tijd, met een maximum van dertien weken wordt toegewezen, ten behoeve van de verkoop van seizoensgebonden artikelen. Of er sprake is van seizoensgebonden artikelen is ter beoordeling van burgemeester en wethouders.
venten:
-het door een natuurlijk persoon, in de uitoefening van de kleinhandel op of aan de openbare weg of aan openbaar water, aan huis danwel op een andere- al dan niet met enige beperking- voor het publiek toegankelijke in de openlucht gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te verkopen of af te geven. Onder venten wordt niet begrepen:
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet;
het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van goederen door – of door huisgenoten of personeel van- hem die dit mede ter exploitatie van zijn winkel, bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet 1996 is toegestaan;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op een standplaats of op een (snuffel)markt, braderie en dergelijke;
vergunninghouder: - de natuurlijke persoon aan wie door of namens burgemeester en wethouders vergunning is verleend tot het innemen van een standplaats of een ventvergunning is verstrekt;
kernen:
-de door burgemeester en wethouders aangegeven kernen Mijdrecht (incl. De Hoef en de Amstelhoek), Wilnis en Vinkeveen en Waverveen;
**2..** Waar in deze verordening de mannelijke persoonsvorm wordt gebruikt, moet ook de vrouwelijke persoonsvorm worden gelezen.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening standplaats- en ventvergunningen De Ronde Venen 2000