Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Weigeringsgronden voor een standplaats

Onderdeel van Verordening standplaats- en ventvergunningen De Ronde Venen 2000

1.. Een vergunning voor een standplaats kan worden geweigerd: indien de standplaats is aangevraagd voor een niet door het college aangewezen plaats conform artikel 2, lid 1; indien gevaar bestaat voor aantasting van openbare orde; in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan; indien de bezetting daarvan uitgaat boven het conform artikel 2, lid 2 vastgestelde maximum; tijdens een winkelweekactie, braderie of andere bijzondere evenementen. 2.. Burgemeester en wethouders verlenen geen vergunning voor vaste standplaatsen ten behoeve van het bakken van frites, gebakken vis en andere geringe eetwaren met uitzondering van oliebollen alsmede aanverwante gebakartikelen in de directe nabijheid van woningen. Bij de aanwijzing van vaste standplaatsen als bedoeld in artikel 2 houden burgemeester en wethouders hiermede rekening. 3.. Een standplaatsvergunning voor een activiteit waarop de Wet milieubeheer van toepassing is wordt niet verleend dan nadat aan de vereisten van die wet is voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel