Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Wijzigingen van de aanwijzing

Onderdeel van Monumentenverordening

1. Het college kan ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende in de door het college vastgestelde gemeentelijke monumentenlijst wijzigingen aanbrengen. 2. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is of indien de wijziging betreft het doorhalen van de inschrijving van een monument dat is teniet gegaan, blijft overeenkomstige toepassing van het derde lid achterwege. Wijzigingen die hierop betrekking hebben worden wel te allen tijde aan de monumentencommissie doorgegeven. 3. Het college geeft over wijzigingen in de gemeentelijke monumentenlijst niet eerder een beschikking nadat: de monumentencommissie over de betreffende wijzigingen advies heeft uitgebracht; de eigenaar is gehoord. In spoedeisende gevallen kan hiervan worden afgeweken. 4. Het college geeft met betrekking tot kerkelijke monumenten geen beschikking dan na overleg met de eigenaar. 5. Het college maakt binnen acht weken nadat de monumentencommissie heeft geadviseerd de beschikking over de wijzigingen als bedoeld in lid 1 bekend. Bij overschrijding van de termijn wordt het college geacht niet tot wijziging in de gemeentelijke monumentenlijst te hebben beschikt. 6. Het college geeft van de wijzigingen in de gemeentelijke monumentenlijst op de in de gemeente gebruikelijke wijze kennis. 7. Monumenten, voorkomend op de gemeentelijke monumentenlijst, die worden ingeschreven in het monumentenregister als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988 dan wel in een lijst van monumenten op grond van een monumentenverordening van de provincie Noord-Holland, worden geacht niet meer op de gemeentelijke monumentenlijst te zijn geplaatst.

Rechtspraak bij dit artikel