Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Erfgoedverordening 2015 gemeente Heiloo

Deze verordening verstaat onder: gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: zaak, die van algemeen belang is wegen zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap, cultuurlandschap of cultuurhistorische waarde; terrein of structuur welke van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1; gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, d.w.z. een rijksmonument; Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Heiloo (ARKH): de op basis van art.15 van de Monumentenwet 1988 ingestelde commissie, die tot taak heeft het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. In relatie tot deze verordening adviseert de ARKH over zaken aangaande Hoofdstuk 3 en 4: instandhouding gemeentelijke en rijksmonumentale zaken; Heilooër Monumentencommissie (HMC): een voortzetting van de vroegere monumentencommissie, die een breder takenpakket heeft dan de ARKH. In relatie tot deze verordening adviseert de HMC over zaken aangaande Hoofdstuk 2 en 5: Aanwijzing gemeentelijke monumenten en instandhouding archeologische terreinen. Zij speelt een rol in het planproces om te komen tot een vergunningsaanvraag voor monumenten, adviseert over aanwijzingen – en of afvoering van gemeentelijke monumenten van de monumentenlijst, adviseert over voorlichtings-en beleidszaken en over archeologie. Ook evalueert de HMC periodiek de onderzoeksagenda archeologie; bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwhistorie en bouwhistorische kwaliteit van een monument, dat naar het oordeel van het college voldoet aan de ‘richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’ uitgave Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed; archeologisch onderzoek: werkzaamheden met betrekking tot het bodemarchief die ten behoeve van de archeologische monumentenzorg door daartoe gecertificeerde instanties worden uitgevoerd; gemeentelijke archeologische beleidskaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied waarop de archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven; archeologische onderzoeksagenda met daarin de kennisstand omtrent archeologie en de kennislacunes. In de onderzoeksagenda staan ook vragen geformuleerd die bij de uitvoering van archeologisch onderzoek in de gemeente het uitgangspunt vormen; archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de archeologische beleidskaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn; hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische grondsporen, vondsten of informatie; middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische grondsporen, vondsten of informatie; lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische grondsporen, vondsten of informatie; Programma van Eisen (PvE): Het PvE wordt opgesteld door de archeologisch adviseur van de gemeente. Het PvE bepaalt het kader waarin het archeologische onderzoek wordt uitgevoerd. Het door het college vastgestelde PvE wordt aan "de verstoorder" overhandigd; Plan van Aanpak (PvA): het PvA geeft de wijze van aanpak van het archeologisch onderzoek aan; bevoegd gezag: bestuursorgaan (in dit geval het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Heiloo) als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel