De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt € 226,08;
Indien het perceel in hoofdzaak tot woning dient en op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon, bedraagt de belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, € 141,24
De belasting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt bij een aantal kubieke meters water van:
a
10.000 m³ water of minder
€ 226,08 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan;
b
Meer dan 10.000 m³ water, doch minder dan 25.000 m³
€ 9.043,20 (40 x het basistarief) vermeerderd met € 56,52 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan boven 10.000 m³;
c
25.000 m³ water of meer, doch minder dan 50.000 m³
€ 12.434,40 (55 x het basistarief) vermeerderd met € 28,26 voor elke 250 m³ of gedeelte daarvan boven 25.000 m³;
d
50.000 m³ of meer
€ 15.260,40 (67,5 x het basistarief) vermeerderd met € 5,65 voor elke hoeveelheid van 250 m³ of gedeelte daarvan boven 50.000 m³.
Artikel 6
Belastingtarieven
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing 2014