**1..** Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting op voor het volgende kalenderjaar. De begroting omvat ten minste de uitgaven die verband houden met de uitvoering van het takenpakket in de regiogemeenten.
**2..** Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en de toelichting daarop tijdig toe aan de raden van de gemeenten.
**3..** De raden van de gemeenten kunnen binnen 8 weken na ontvangst van de ontwerpbegroting hun zienswijze over die begroting bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
**4..** Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.
**5..** Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden van de gemeenten.
**6..** Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor de in de wet genoemde datum, aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en aan gedeputeerde staten.
**7..** Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.