Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6:

Controle van het persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Leiderdorp 2014

Lid 1. De steekproef zoals genoemd in artikel 22 van de Verordening heeft een omvang van tenminste 10% van het aantal verstrekte persoonsgebonden budgetten, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar. Lid 2. Bij verstrekkingen voor hulp bij het huishouden vanaf € 7.500,-, zal de controle voor 100% plaatsvinden. De controle vindt plaats na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van elk kalenderjaar. Lid 3. De verantwoording over het persoonsgebonden budget vindt plaats over het totaal van het toegekende bedrag van desbetreffend kalenderjaar, inclusief de betaalde eigen bijdrage. Lid 4. Voor een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden geldt, dat over 1,5% van het bedrag, met een minimum van € 100,00 en tot een maximum van € 250,00 per jaar geen verantwoording hoeft te worden afgelegd. Lid 5. Indien uit de controle blijkt dat het persoonsgebonden budget niet is besteed aan het doel waarvoor het verstrekt is, kan het college op grond van artikel 30 van de Verordening besluiten het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen. Lid 6. Indien het persoonsgebonden budget geheel dan wel een gedeelte daarvan niet is besteed in de betreffende periode of het betreffende kalenderjaar, is de aanvrager verplicht dit terug te betalen.

Rechtspraak bij dit artikel