Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
bepaald actief en het saldo van agio en disagio worden
lineair in 5 jaar afgeschreven.
Kosten voor het afsluiten van geldleningen en boeterente van
geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie
gebracht.
Bijdrage aan activa in eigendom van derden, zoals bedoeld in
artikel 61 van het Besluit begroting en verantwoording
provincies en gemeenten, worden lineair in 5 jaar
afgeschreven;
De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld
in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording
provincies en gemeenten, worden, met uitzondering van
gronden, lineair afgeschreven naar de (bedrijfs)economische
levensduur van het actief. Activa met een verkrijgingprijs
van minder dan € 15.000 worden niet geactiveerd,
uitgezonderd gronden. Deze laatst genoemde wordt altijd
geactiveerd.
Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals
bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan
investeringen in aanleg en onderhoud van: (inrichting)
wegen, waterwegen; civiele kunstwerken, groen en
kunstwerken.
Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van
derden en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie
gebracht. Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In
geval van activering bij raadbesluit wordt het actief
lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het
actief of een kortere, door de raad aan te geven
tijdsduur.
Als eerste jaar van afschrijving wordt genomen het jaar
volgend op het jaar waarin het activa tot stand in
gekomen.
Investeringsbudgetten worden in beginsel twee jaar na datum
van het beschikbaar stellen afgesloten.
Door middel van de jaarlijkse investeringsrapportage wordt
het verloop en het afsluiten van investeringsbudgetten aan
de raad verantwoord.
Titel 2. › Paragraaf
Artikel 10