Naar hoofdinhoud

Titeldeel 2 › Paragraaf 1

Artikel 10

Waardering en afschrijving vaste activa

Onderdeel van Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer

1. In de balans worden onder de immateriele vaste activa afzonderlijk opgenomen: Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. Deze kosten worden lineair afgeschreven, met een maximale afschrijvingstermijn die gelijk is aan de looptijd van de lening. lndien boeterente in rekening wordt gebracht en tegelijkertijd een nieuwe lening wordt afgesloten is het toegestaan de boeterente eveneens te activeren. Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief. Deze kosten worden lineair maximaal in 5 jaar afgeschreven. In de regel zijn dit investeringen, waar geen fysieke bezittingen tegenover staan. 2. De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven. Moment van activeren:Activa dienen op het moment van ingebruikname te zijn geactiveerd. Aanvang afschrijven:In de periode van verkrijging- of vervaardiging wordt geen afschrijving berekend. De afschrijving vangt aan in de eerste periode na ingebruikname. De twee verschillende doorlooptijden voor investeringen zijn: lnvesteringen met een doorlooptijd < 1 boekingsperiodeMet afschrijven wordt begonnen in de periode na ingebruikname van de investering (n+l) ongeacht de datum van ingebruikname.(n = de periode waarin de investering (het object) in gebruik is genomen) lnvesteringen met een doorlooptijd > 1 boekingsperiodeAan het eind van betreffende periode wordt de investering op de balans geboekt als onderhanden werk. Met afschrijven wordt gestart in de periode nadat het activurn in gebruik is genomen. leder investeringsproject dient binnen maximaal 2 jaren te zijn afgesloten en naar status AIB te zijn gebracht. Uitzondering hierop vormen de meerjarig durende projecten waarvoor bij de investeringsaanvraag is vastgesteld, op welke wijze activering gaat plaatsvinden (bijvoorbeeld deelactivering). De belangrijkste termijnen zijn: 40 jaar: nieuwbouw woonruirnten en bedrijfsgebouwen; 45 jaar: rioleringen; 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten en bedrijfsgebouwen; 30 jaar: aanleg en reconstructie van wegen; 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; telefooninstallaties; kantoormeubilair; schoolrneubilair; aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke woonruimten en bedrijfsgebouwen; 5 tot 10 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens; schuiten; personenauto's; lichte motorvoertuigen; 3 tot 10 jaar: softare en automatiseringsapparatuur; niet: gronden en terreinen; 5 jaar: immateriële vaste activa. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 5.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd. 3. Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan investeringen in infrastructuur te weten waterwegen, waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen, straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels, verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie openbare ruimten, parken en overig groen. 4. Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden onder aflrek van bijdragen van derden en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan kan bij afzonderlijk raadsbesluit of bij de vaststelling van het meerjarenbeleidplan (voor- of najaarsnota) en of de programmabegroting waarin de (voorgenomen) investeringen zijn opgenomen worden afgeweken. In geval van activering bij raadsbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte levensduur van het actief of een kortere, door de raad aan te geven tijdsduur. 5. De twee verschillende grondslagen voor renteberekening voor activa zijn: a. Activa in aanbouw (AIA):Onder activa in aanbouw (AIA) wordt verstaan de fase van ontwikkeling en vervaardiging van de investering (onderhanden werk). Gedurende de ontwikkeling en vervaardiging dienen de directe en indirecte kosten te worden geregistreerd op het project. Jaarlijks wordt bepaald wat de stand is van deze kosten per 31-12. Deze boekwaarde wordt vervolgens meegenomen naar de beginbalans van het jaar daaropvolgend en gaat dan dienen als grondslag voor de rentetoerekening in dat betreffende jaar. Over het jaar waarin de kosten zijn ontstaan en geboekt wordt geen rente toerekening toegepast. De rentekosten worden in het jaar n+1 ten laste van de exploitatie genomen. Activa in bedrijf (AIB):Onder activa in bedrijf wordt verstaan de fase van gereed product. Oftewel het in bedrijf hebben van de investering. Voor de renteberekening is de boekwaarde van belang. Periodiek (huidige situatie: jaarlijks per 01-01) zal op basis van de boekwaarde een renteberekening worden gemaakt en de kosten worden doorberekend. Deze actie vindt plaats in het jaar nadat voor het eerst een boekwaarde op 01-01 op de balans is vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel