**1.** In de balans worden onder de immateriele vaste activa
afzonderlijk opgenomen:
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het
saldo van agio en disagio. Deze kosten worden lineair
afgeschreven, met een maximale afschrijvingstermijn die
gelijk is aan de looptijd van de lening. lndien
boeterente in rekening wordt gebracht en tegelijkertijd
een nieuwe lening wordt afgesloten is het toegestaan de
boeterente eveneens te activeren.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
actief. Deze kosten worden lineair maximaal in 5 jaar
afgeschreven. In de regel zijn dit investeringen, waar
geen fysieke bezittingen tegenover staan.
**2.** De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording
provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven.
Moment van activeren:Activa dienen op het moment van
ingebruikname te zijn geactiveerd.
Aanvang afschrijven:In de periode van verkrijging- of
vervaardiging wordt geen afschrijving berekend. De afschrijving
vangt aan in de eerste periode na ingebruikname.
De twee verschillende doorlooptijden voor investeringen
zijn:
lnvesteringen met een doorlooptijd < 1
boekingsperiodeMet afschrijven wordt begonnen in de
periode na ingebruikname van de investering (n+l)
ongeacht de datum van ingebruikname.(n = de periode
waarin de investering (het object) in gebruik is
genomen)
lnvesteringen met een doorlooptijd > 1
boekingsperiodeAan het eind van betreffende periode
wordt de investering op de balans geboekt als
onderhanden werk. Met afschrijven wordt gestart in de
periode nadat het activurn in gebruik is genomen. leder
investeringsproject dient binnen maximaal 2 jaren te
zijn afgesloten en naar status AIB te zijn gebracht.
Uitzondering hierop vormen de meerjarig durende
projecten waarvoor bij de investeringsaanvraag is
vastgesteld, op welke wijze activering gaat plaatsvinden
(bijvoorbeeld deelactivering).
De belangrijkste termijnen zijn:
40 jaar: nieuwbouw woonruirnten en
bedrijfsgebouwen;
45 jaar: rioleringen;
25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten
en bedrijfsgebouwen;
30 jaar: aanleg en reconstructie van wegen;
15 jaar: technische installaties in
bedrijfsgebouwen;
10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen;
telefooninstallaties; kantoormeubilair;
schoolrneubilair; aanleg tijdelijke terreinwerken;
nieuwbouw tijdelijke woonruimten en
bedrijfsgebouwen;
5 tot 10 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens;
schuiten; personenauto's; lichte motorvoertuigen;
3 tot 10 jaar: softare en
automatiseringsapparatuur;
niet: gronden en terreinen;
5 jaar: immateriële vaste activa.
Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 5.000 worden
niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst
genoemden worden altijd geactiveerd.
**3.** Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals
bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan
investeringen in infrastructuur te weten waterwegen,
waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen,
straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels,
verkeerslichtinstallaties,
openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie openbare
ruimten, parken en overig groen.
**4.** Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
maatschappelijk nut worden onder aflrek van bijdragen van derden
en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht.
Hiervan kan bij afzonderlijk raadsbesluit of bij de vaststelling
van het meerjarenbeleidplan (voor- of najaarsnota) en of de
programmabegroting waarin de (voorgenomen) investeringen zijn
opgenomen worden afgeweken. In geval van activering bij
raadsbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over de
verwachte levensduur van het actief of een kortere, door de raad
aan te geven tijdsduur.
**5.** De twee verschillende grondslagen voor renteberekening voor
activa zijn:
a. Activa in aanbouw (AIA):Onder activa in aanbouw (AIA)
wordt verstaan de fase van ontwikkeling en vervaardiging
van de investering (onderhanden werk). Gedurende de
ontwikkeling en vervaardiging dienen de directe en
indirecte kosten te worden geregistreerd op het project.
Jaarlijks wordt bepaald wat de stand is van deze kosten
per 31-12. Deze boekwaarde wordt vervolgens meegenomen
naar de beginbalans van het jaar daaropvolgend en gaat
dan dienen als grondslag voor de rentetoerekening in dat
betreffende jaar. Over het jaar waarin de kosten zijn
ontstaan en geboekt wordt geen rente toerekening
toegepast. De rentekosten worden in het jaar n+1 ten
laste van de exploitatie genomen.
Activa in bedrijf (AIB):Onder activa in bedrijf wordt
verstaan de fase van gereed product. Oftewel het in
bedrijf hebben van de investering. Voor de
renteberekening is de boekwaarde van belang. Periodiek
(huidige situatie: jaarlijks per 01-01) zal op basis van
de boekwaarde een renteberekening worden gemaakt en de
kosten worden doorberekend. Deze actie vindt plaats in
het jaar nadat voor het eerst een boekwaarde op 01-01 op
de balans is vastgesteld.
Titeldeel 2 › Paragraaf 1
Artikel 10
Waardering en afschrijving vaste activa
Onderdeel van Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer