De directeur betrekt bij de uitoefening van de aan hem opgedragen taken en bevoegdheden het beleid van het college ter zake, alsmede de door de gemeenteraad van de gemeente vastgestelde kaders.
Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met de uitvoeringsdienst betreffende uitvoeringsaspecten indien dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die de uitvoeringsdienst uitvoert dan wel uitoefent.
Het college zendt de directeur alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het bepaalde in het eerste lid.
Indien de directeur in afwijking van het bepaalde in het eerste lid wenst te besluiten, treedt hij hierover in overleg met het college.
Hoofdstuk
Artikel 3
Kaders uitoefening bevoegdheden
Onderdeel van Mandaatbesluit Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord 2014