Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van artikel 13 van de wet, artikel 30c lid 2 en 3 van de Wet Suwi of een verplichting op grond van hoofdstuk III van de wet niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
het niet als werkzoekende geregistreerd staan bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en als zodanig geregistreerd blijven, indien belanghebbende dat recht toekomt op grond van artikel 30b, lid 1 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling anders dan het niet daartoe verschijnen zonder bericht van verhindering;
het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met arbeidsinschakeling op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen.
het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 37, lid 1, sub e van de wet;
andere gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren.
Tweede categorie:
beëindiging van een dienstbetrekking waaraan een dringende reden ten grondslag ligt in de zin
artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en belanghebbende ter zake een verwijt kan worden gemaakt;
beëindiging van de dienstbetrekking door of op verzoek van belanghebbende zonder dat aan de voorzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voorzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd;
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid.