1. Bij de kwijtschelding van:
1. Onroerende-zaakbelastingen, geheven op basis van artikel 220 tot en met 220 h van de Gemeentewet;
2. Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten, geheven op basis van de artikelen 221 van de Gemeentewet;
3. Afvalstoffenheffing, geheven op basis van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;
4. Rioolheffing, geheven op basis van artikel 228a van de Gemeentewet;
wordt in afwijking van artikel 16, tweede lid, onderdelen a en b, van de Uitvoerings-regeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100 procent.
2. In afwijking van het eerste lid worden de kosten van bestaan van de in artikel 1a van de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen bedoelde AOW-gerechtigde personen gesteld op 100 procent van de toepasselijke, in genoemd artikel 1a bedoelde netto AOW-bedragen.