Onder de naam "rioolheffing" worden geheven:
een heffing van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens het eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, en:
een heffing van degene die bij het begin van het belastingjaar gebruiker is van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, en:
een heffing van de eigenaar van een perceel voor de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken
Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en c, wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 3 - in gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.
Artikel 2
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014