De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen of roerende zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld.
In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen of roerende zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde in het economisch verkeer.
Voor toepassing van lid 2 wordt voor de waardebepaling van onroerende en roerende zaken aangesloten bij de methodiek van waardebepaling als bepaald in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.
De belasting bedraagt bij een heffingsmaatstaf:
1.
tot en met € 9.999,--
€ 246,00
2.
van € 10.000,-- tot en met € 24.999,--
€ 335,60
3.
van € 25.000,-- tot en met € 99.999,--
€ 393,85
4.
vanaf € 100.000,--
€ 639,90
Artikel 4
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2014