1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak
of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
aanvangt, is de precariobelasting verschuldigd voor zoveel zesde
gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat
tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
overblijven.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak,
na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder
bedraagt dan € 50,00.
4. Belastingbedragen van minder dan € 50,00 worden niet geheven.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting kabels en leidingen 2013