Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Afdeling 3.2

Artikel 3:6

Maximumstelsel prostitutiebedrijven en werkruimten

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010

1.. Het bevoegd bestuursorgaan verleent aan ten hoogste zes prostitutiebedrijven, niet zijnde raamprostitutiebedrijven, een vergunning. 2.. Het bevoegd bestuursorgaan kan ten behoeve van raamprostitutie voor ten hoogste honderdachtentwintig (128) werkruimten vergunningen verlenen. 3.. In de vergunning wordt het aantal werkruimten per raamprostitutiebedrijf vastgelegd. 4.. Aan een exploitant van een raamprostitutiebedrijf, daaronder mede verstaan degene die gezamenlijk met een derde houder is of beoogt te worden van een vergunning, kan vergunning worden verleend voor ten hoogste tweeëndertig (32) werkruimten. 5. . Het bevoegd bestuursorgaan kan onder bijzondere omstandigheden aan de exploitant van een raamprostitutiebedrijf tijdelijk ontheffing van het in het vierde lid genoemde maximum verlenen. 6. . Van het totaal aan een exploitant van een raamprostitutiebedrijf vergunde werkruimten mag maximaal 20 procent (20%) verhuurd worden ten behoeve van afspraken die anders dan door werving zichtbaar vanuit de werkruimte tot stand zijn gekomen.

Rechtspraak bij dit artikel