**1..** In deze afdeling wordt onder straathandel verstaan:
**a..** ambulante handel (of venten): het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aanbieden op een openbare telkens wisselende plaats of aan huis;
**b..** vaste standplaats: het voor langere tijd vanaf een vaste plaats op een openbare plaats of op of aan een openbaar water te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aanbieden, gebruikmakend van verplaatsbare fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel;
**c..** tijdelijke standplaats: het voor maximaal drie dagdelen op een openbare plaats of op of aan een openbaar water te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan bieden, gebruik makend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel;
**d..** mobiel verkooppunt: vitrines, toonbanken e.d. die vanuit winkels of horeca-inrichtingen een openbare plaats op worden gereden van waaruit verkoop plaatsvindt.
**2..** Onder straathandel wordt niet verstaan:
**a..** een vaste standplaats op een markt in de zin van de marktverordening van de gemeente Utrecht
**b..** een vaste standplaats op een evenement als bedoeld in artikel 5:30 eerste lid van deze verordening;
**c..** het aan de huizen te koop aanbieden of verkopen door degene, die dat doet in de uitoefening van zijn in deze gemeente gevestigde winkel of op bestelling of geregeld volgens afspraak levert of
**d..** het aan winkeliers te koop aanbieden of verkopen door handelsreizigers.
Hoofdstuk 5
Artikel 5:12
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010