Naar hoofdinhoud

Artikel 1:18

Knalapparatuur

Onderdeel van Algemeen aanwijzingsbesluit 2005

Knalapparatuur wordt op zodanige wijze opgesteld en gebruikt, dat geluidoverlast voor derden zo veel mogelijk wordt voorkomen. Ter voorkoming van geluidoverlast wordt in ieder geval voldaan aan de volgende regels: knalapparatuur wordt niet geplaatst binnen een afstand van 250 meter van de bebouwde kom, van geluidgevoelige gebouwen en binnen een afstand van 50 meter van de openbare weg; de onderlinge afstand tussen twee knalapparaten bedraagt minimaal 250 m; de knalapparatuur is afgericht van geluidgevoelige gebouwen; tussen 20.00 en 07.00 uur is het gebruik van knalapparatuur verboden; en de knalapparatuur wordt op eenzelfde perceel niet langer dan telkens vijf dagen achtereen gebruikt, waarbij tussen perioden van vijf dagen waarin knalapparatuur is ingeschakeld een rustperiode van minimaal vijf werkdagen in acht wordt genomen. Het is verboden om op eenzelfde perceel naast knalapparatuur andere geluidoverlast veroorzakende middelen aan te wenden ter bescherming van het gewas. De aanwijzingen van het bevoegd gezag dienen in acht te worden genomen.

Rechtspraak bij dit artikel