Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2014

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de voorlopige aanslagen en deoverige aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 meteen belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lidvan overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 3.. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigdeaanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 11.350,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien (10) gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens eenmaand later. 4.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel