**1..** Als het college van plan is om over te gaan tot vordering van leegstand in eenlesgebouw of gymnastiekruimte, voert het college daarover overleg met het bevoegdgezag waarvan de leegstand wordt gevorderd en met het bevoegd gezag waarvoor dehuisvesting is bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het overleg als bedoeld in artikel10.
**2..** Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als bedoeld in artikel 11, doethet college schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag waarvanhet college vordert. Het college kan van deze mededeling afzien als dat bevoegdgezag in het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de vordering tehebben.
**3..** Als het college van plan is om over te gaan tot vordering in het kader van eenaanvraag als bedoeld in artikel 19 (spoedprocedure), voert het college daarover zospoedig mogelijk overleg met het bevoegd gezag waarvan de leegstand wordtgevorderd en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is bestemd.
**4..** Binnen een week na het overleg als bedoeld in het vorige lid, doet het collegeschriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderdwordt. Het college kan van deze mededeling afzien als dat bevoegd gezag in hetoverleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de vordering te hebben.
**5..** De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in het tweede en het vierde lid,bevat in elk geval:
De naam van de school en het bevoegd gezag waarvan wordt gevorderd;
Een aanduiding van het aantal leerlingen waarvoor het college vordert of, als hetonderwijs in de lichamelijke oefening betreft, het aantal klokuren dat het collegevordert;
Een aanduiding van het gebouw waarop de vordering betrekking heeft;
Een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat het college vordert;
De periode waarvoor het college vordert en de ingangsdatum van hetmedegebruik.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1.
Artikel 32
Overleg en mededeling
Onderdeel van Verordening onderwijshuisvesting Oostzaan 2013