Het college informeert de raad minimaal één maal per jaar door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar.
De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de tijdstippen als jaarlijks vastgesteld in de bestuurlijke planning.
De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting.
De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft baten als lasten, de activiteiten en indien daar aanleiding voor is op de maatschappelijke effecten alsmede op nieuwe beleidsmatige ontwikkelingen.
De rapportage geeft de voortgang aan van de verschillende indicatoren.
In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van:
inkomsten uit de algemene uitkering;
de renteontwikkeling op de kapitaalmarkt;
resultaten uit grondexploitatie;
realisatie op begrote subsidieverwachtingen;
de jaarlijks door de raad vast te stellen bijzondere projecten.
7.Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen betreffende:
aankoop van onroerende zaken waarvan de koopsom per transactie groter is dan€ 100.000,--
verkoop van onroerende zaken waarvan de koopsom per transactie groter is dan € 100.000,--
aankoop en verkoop van goederen en diensten indien de (ver)koopsom per transactie groter is dan € 100.000,--
investeringen groter dan € 50.000,-- voorzover deze niet afzonderlijk zijn opgenomen in het investeringsplan als bedoeld in artikel 9 derde lid;
in de hiervoor onder a t/m d genoemde gevallen betreft het de niet met zoveel woorden in het programma aangeduide verplichtingen, waarmee binnen het totale programmabudget wel rekening is gehouden en die niet leiden tot het overschrijden van dat budget.
Artikel 7.