Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7

Artikel 39

Het beëindigen van een voorziening

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Dinkelland 2010

1.. Een op grond van deze verordening verstrekte voorziening wordt in ieder geval beëindigd indien één of meerdere van de volgende situaties zich bij de aanvrager voordoen: overlijden; een verhuizing naar een andere gemeente of een instelling gericht op het verstrekken van zorg; op verzoek van de persoon aan wie de voorziening is toegekend; ziekte of verslechtering in de gezondheidssituatie waardoor de voorziening langer dan drie maanden niet (meer) kan of zal worden gebruikt; verbetering in de gezondheidsituatie waardoor de voorziening niet langer noodzakelijk is; een ontzegging van de rijbevoegdheid door het bevoegd gezag indien een vervoermiddel met hulpmotor of elektromotor is toegekend; indien de verzekeringsmaatschappij een op de voorziening gerichte verzekering beëindigt als gevolg van het gedrag van de persoon aan wie de voorziening is verstrekt; een zodanige beschadiging van de voorziening dat herstel ervan niet zinvol is. 2.. Indien een voorziening wordt beëindigd, bestaat de beëindiging uit: het innemen van de voorziening voor zover deze is verstrekt: in natura en in bruikleen; in de vorm van een persoonsgebonden budget; het niet (langer) betaalbaar stellen van een voorziening voor zover deze is verstrekt in de vorm van een: persoonsgebonden budget voor de individuele voorziening hulp bij het huishouden; financiële tegemoetkoming.

Rechtspraak bij dit artikel