**1..** Een op grond van deze verordening verstrekte voorziening wordt in ieder geval beëindigd indien één of meerdere van de volgende situaties zich bij de aanvrager voordoen:
overlijden;
een verhuizing naar een andere gemeente of een instelling gericht op het verstrekken van zorg;
op verzoek van de persoon aan wie de voorziening is toegekend;
ziekte of verslechtering in de gezondheidssituatie waardoor de voorziening langer dan drie maanden niet (meer) kan of zal worden gebruikt;
verbetering in de gezondheidsituatie waardoor de voorziening niet langer noodzakelijk is;
een ontzegging van de rijbevoegdheid door het bevoegd gezag indien een vervoermiddel met hulpmotor of elektromotor is toegekend;
indien de verzekeringsmaatschappij een op de voorziening gerichte verzekering beëindigt als gevolg van het gedrag van de persoon aan wie de voorziening is verstrekt;
een zodanige beschadiging van de voorziening dat herstel ervan niet zinvol is.
**2..** Indien een voorziening wordt beëindigd, bestaat de beëindiging uit:
het innemen van de voorziening voor zover deze is verstrekt:
in natura en in bruikleen;
in de vorm van een persoonsgebonden budget;
het niet (langer) betaalbaar stellen van een voorziening voor zover deze is verstrekt in de vorm van een:
persoonsgebonden budget voor de individuele voorziening hulp bij het huishouden;
financiële tegemoetkoming.
HOOFDSTUK 7
Artikel 39
Het beëindigen van een voorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Dinkelland 2010