**1..** Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt geen kwijtschelding verleend:
Voor de achtste en volgende keren dat het in artikel 4, lid 3a van de Verordening afvalstoffenheffing 2014 bedoelde belastbare feit zich in het belastingjaar voordoet;
Voor de negentiende en volgende keren dat het in artikel 4, lid 3b van de verordening afvalstoffenheffing 2014 bedoelde belastbare feit zich in het belastingjaar voordoet;
Voor de negenveertigste en volgende keren dat het in artikel 4, lid 4a van de Verordening afvalstoffenheffing 2014 bedoelde belastbare feit zich in het belastingjaar voordoet;
Voor de drieënveertigste en volgende keren dat het in artikel 4, lid 4b van de Verordening afvalstoffenheffing 2014 bedoelde belastbare feit zich in het belastingjaar voordoet;
Voor het in artikel 4, lid 2 van de Verordening afvalstoffenheffing 2014 vermelde belastingbedrag.
**2..** Indien de duur van de belastingplicht niet gelijk is aan het belastingjaar, dan bestaat er aanspraak op kwijtschelding voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar geldende kwijtschelding als er in dat jaar maanden zijn waarin de belastingplicht geldt. Voor de berekening van de kwijtschelding wordt een gedeelte van een kalendermaand aangemerkt als een volle maand en wordt het aantal aanbiedingen waarvoor de kwijtschelding geldt, gesteld op een geheel aantal afgerond naar boven.