**1..** In het kader van brandpreventie gelden de volgende regels:
verlichting moet zo worden gemonteerd dat die niet in aanraking kan komen met gemakkelijk brandbare stoffen;
losse kabels moeten zich op een hoogte van ten minste 2.50 meter boven de grond bevinden of kabels die in de looppaden op de grond liggen moeten afgedekt worden met afdekmatten, dit ter goedkeuring van de marktmeester;
bij elke verkoopinrichting waar gebakken of gebraden wordt, moet een doelmatig blusapparaat evenals een deksel voor afsluiting van de pan(nen) voorhanden zijn;
een gaskomfoor of een elektrisch komfoor moet zijn opgesteld op een plaats van onbrandbaar materiaal dat de warmte slecht geleidt;
een gaskomfoor moet door middel van een speciaal daarvoor geconstrueerde rubberslang met metalen klemmen of koppelingen aan de gasflessen zijn verbonden;
lege of niet in gebruik zijnde gasflessen moeten buiten een kraam of wagen zijn opgesteld. In gebruik zijnde flessen moeten op een goed geventileerde plaats staan opgesteld;
emballage en verpakkingsmateriaal mogen niet in of nabij open vuur aanwezig zijn;
ballons met brandbaar gas gevuld mogen niet aanwezig zijn;
het gebruik van LPG anders dan brandstof voor motorvoertuigen is niet toegestaan.
**2..** Het gebruik van kook- en bakinstallaties en van verwarmingsapparatuur is alleen toegestaan na verleende goedkeuring.
**3..** De vergunninghouder dient jaarlijks een keuringsrapport van een erkende keuringsinstantie te overleggen.
**4..** Het is niet toegestaan op de warenmarkt energie van een derde te betrekken, dan wel hierin zelf te voorzien.
**5..** Het college kan ontheffing verlenen van het in het vierde lid gestelde verbod.