De applicatiebeheerder houdt een verzameling bij van de
autorisaties die overeenkomstig artikel 8 lid 1 en artikel 4,
lid 6 zijn toegekend.
De applicatiebeheerder instrueert de gegevensverwerker met
betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie
van het toepassingssysteem.
De applicatiebeheerder stelt overeenkomstig de voorschriften die
krachtens de wet zijn gesteld, de minister in kennis van de
installatie van gewijzigde of nieuwe versies van het
toepassingssysteem. Een afschrift van de kennisgeving wordt
gearchiveerd .
De uitwisseling van periodieke gegevensverstrekking op basis van
een autorisatiebesluit van de minister, verstrekking anders dan
over het netwerk, geschiedt uitsluitend overeenkomstig de bij
wet gestelde beveiligingsvoorschriften. Voor wat betreft de
systematische verstrekking van gegevens op grond van de
Verordening verwerking persoonsgegevens handelt de
applicatiebeheerder, voor zover mogelijk, overeenkomstig deze
beveiligingsvoorschriften.
De applicatiebeheerder maakt éénmaal per drie maanden een
planning van de op basis van het autorisatiebesluit van de
minister te verstrekken periodieke gegevensverstrekking. Van
deze planning stelt deze zijn vervanger en de
informatiebeheerder op de hoogte. Bij een te verwachten
afwezigheid van de applicatiebeheerder laat deze een
werkinstructie achter voor zijn vervanger.
De applicatiebeheerder verzorgt – na overleg met de
systeembeheerder – de communicatie bij storingen in de hard-
en/of software. De applicatiebeheerder stelt direct de
informatiebeheerder van de storing op de hoogte.
De applicatiebeheerder draagt zorg voor het beheer van
documentatie op het gebied van de Wet GBA en/of regelgeving en
de gebruikersdocumentatie.
De applicatiebeheerder verzorgt het testen en evalueren van
nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en
evalueren van nieuwe apparatuur.
De applicatiebeheerder verzamelt alle problemen en klachten die
bij het gebruik van het GBA toepassingssysteem ontstaan en
tracht, eventueel door inschakeling van de systeembeheerder of
een derde, voor een oplossing te zorgen.
De applicatiebeheerder start minimaal éénmaal per maand de
foutenlijst.
De applicatiebeheerder is belast met een tijdige opschoning van
de via het GBA netwerk ontvangen berichten die zijn
afgehandeld.
De applicatiebeheerder of namens deze het hoofd van diens
afdeling, stelt de informatiebeheerder op de hoogte van
personele wisselingen inzake de functie van applicatiebeheerder
of de vervanging hierin.