Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 2:

EEN BIJBEHOREND BOUWWERK

Onderdeel van Beleidsregels kruimelgevallen

Voor toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 Wabo, juncto artikel 4 lid 1 van bijlage II van het Bor, komen in aanmerking: een bijbehorend bouwwerk, met inachtneming van de volgende bepalingen: woning binnen de bebouwde kom in zijtuinen, grenzend aan de openbare weg of openbaar groen (hoeksituatie) zijn aan-, uit- en bijgebouwen toegestaan, met dien verstande dat: gebouwd wordt tenminste één meter achter de feitelijke voorgevel van de woning; de hoogte niet meer mag bedragen dan één bouwlaag, al dan niet met kap; de afstand tot de openbare weg en/of het openbaar groen minimaal 2 meter moet bedragen; er mag geen uitzichtbelemmering voor het verkeer optreden een carport mag tot aan de feitelijke voorgevel worden gebouwd ten aanzien van het bouwen voor de voorgevel mag een erker en/of entreepartijworden opgericht, met dien verstande dat: de diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 meter, gemeten vanuit de oorspronkelijk gevel van de woning; de hoogte niet meer mag bedragen dan één bouwlaag, al dan niet met kap; de afstand tot de openbare weg minimaal 2 m moet bedragen; de breedte van de erker en/of entreepartij mag niet meer dan 60% van de breedte van de voorgevel bedragen; woningen aan Hoog Barge en De Blaak in Eefde mogen aan de voorzijde worden uitgebreid tot aan de in het voormalige bestemmingsplan Eefde-dorp 1989 opgenomen voorgevelrooilijn. ten aanzien van het bouwen achter de voorgevelrooilijn (zijgevel of achtergevel) mogen aan- uit- ofbijgebouwen worden opgericht met dien verstande dat: de voorgevel van een aangebouwd of vrijstaand bijgebouw tenminste 3 meter achter de voorgevelrooilijn, of het verlengde hiervan, ligt. Als uitzondering geldt dat een carport tot aan de voorgevel mag worden opgericht; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter; de bouwhoogte mag niet meer dan 5 meter bedragen (aan De Bakkerij te Laren 7 meter); de totale bebouwde oppervlakte van (de onder c genoemde) aan- of uitbouwen en bijgebouwen (de in het bestemmingsplan toegestane bijgebouwen inbegrepen) niet meer mag bedragen dan 75 m2 per woning; ten behoeve van een bouwplan, die noodzakelijk is voor mensen met een beperking, dan wel ten behoeve van mantelzorg mag nog 25 m2 extra worden gebouwd; indien er sprake is van een perceel groter dan 2000 m2, is een extra oppervlakte van 50 m2 toegestaan. bij het bouwen voor de voorgevel en zijgevel (bouwen ‘om de hoek’) mag de diepte van een uitbouw niet meer bedragen dan 1,50 m, de breedte ten opzichte van de voorgevel niet meer bedragen dan 60% en breedte ten opzichte van de zijgevel niet meer dan 40%. uitbreiding van een hoofdgebouw, met de in de bouwregels genoemde goot- en bouwhoogte, tot een diepte van 2,50 m aan de zijgevel of achtergevel. Het hoofdgebouw dient daarbij tenminste 2,50 meter uit de perceelsgrens te blijven en buren mogen niet onevenredig worden belast. Andere gebouwen Onder andere gebouwen wordt verstaan: scholen, winkels, horecagebouwen, kantoren, sportaccommodaties, accommodaties voor sociaal-cultureel werk, bedrijven. andere gebouwen binnen de bebouwde kom een uitbreiding met maximaal 30 m2 met een maximale hoogte van 3,30 meter; andere gebouwen buiten de bebouwde kom een uitbreiding met maximaal 30 m2 met een maximale hoogte van 5 meter, mits het bouwen niet tot gevolg heeft dat het aansluitende terrein voor meer dan 50% wordt bebouwd dan wel dat de oppervlakte die op grond van het bestemmingsplan voor bebouwing in aanmerking komt voor meer dan 50% wordt overschreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel