Naar hoofdinhoud
Ieder der Partijen heeft het recht de Overeenkomst zonder rechterlijke tussenkomst en zonder ingebrekestelling met onmiddellijke ingang te ontbinden, indien: artikel 4.3. algemene inkoopvoorwaarden wordt geschonden; de andere Partij een besluit tot ontbinding van de rechtspersoon of onderneming heeft genomen; de zeggenschap van de andere Partij bij een ander komt te rusten dan ten tijde van het sluiten van deze Overeenkomst; ten aanzien van de andere Partij faillissement is aangevraagd dan wel uitgesproken of, al dan niet voorlopig, surséance van betaling is aangevraagd of verleend; de andere Partij fuseert, splitst of op enigerlei wijze (een deel van) zijn bedrijf overdraagt; de andere Partij in een situatie van overmacht verkeert gedurende meer dan tien dagen. Elke ontbinding als bedoeld in lid 1 dient terstond door middel van een aangetekend schrijven te geschieden. Ingeval van ontbinding door de Gemeente als bedoeld in lid 1, is de Gemeente geen vergoeding verschuldigd aan de Contractant voor de Prestaties die niet door Contractant zijn verricht. Eventuele aan de Contractant verrichte onverschuldigde betalingen, betaalt de Contractant terug aan de Gemeente, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag waarop dit is betaald. De gemeente is voorts bevoegd, buiten de in artikel 7, 12 en 25.1 t/m 25.3 genoemde gevallen, de overeenkomst tussentijds buitengerechtelijk te ontbinden tegen vergoeding van alle door Contractant reeds afgeleverde en door Contractant aanvaarde prestaties, vermeerderd met een redelijke vergoeding. De vergoeding bedraagt maximaal 10% van de resterende overeengekomen prijs, voor schade en kosten die Contractant als gevolg van het niet voltooien van de overeenkomst lijdt, zulks te allen tijde tot een maximum van de waarde van de opdracht- /aanneemsom vermeerderd, respectievelijk verminderd met eventueel meer- c.q. minderwerk. De gemeente zal een dergelijke buitengerechtelijke ontbinding motiveren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel