Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.

Artikel 5.

Onderdeel van Verordening vertrouwenscommissie benoeming burgemeester

De leden van de commissie hebben volstrekte geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie ter kennis is gekomen. De geheimhoudingsplicht van de commissie geldt ook ten opzichte van raadsleden, die geen lid zijn van de commissie of lid van de commissie zijn geweest. Deze geheimhouding geldt zowel tijdens het bestaan van de commissie als na ontbinding van de commissie. De leden 1 tot en met 3 van dit artikel zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op de griffier, die op grond van artikel 7 de commissie ambtelijke bijstand verleent, en op de andere adviseurs van de commissie. De geheimhouding brengt onder meer met zich mee dat, anders dan door tussenkomst van de commissaris, geen inlichtingen –schriftelijk of mondeling– kunnen worden ingewonnen over de sollicitanten en dat overleg met derden is uitgesloten. De commissie treft een voorziening met betrekking tot de wijze waarop de privacybelangen van de sollicitanten verder worden beschermd, bijvoorbeeld bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken en bij het voeren van de correspondentie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel