Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.2

Uitgangspunten en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Peelgemeente Helmond 2014

1.. Een voorziening die bedoeld is om de resultaten zoals genoemd in artikel 2.2 van deze verordening te bereiken wordt slechts toegekend voor zover: de voorziening noodzakelijk is om het resultaat te bereiken en het college, gelet op de afweging zoals gemaakt ingevolge artikel 3.1 eerste lid van deze verordening of ingevolge de compensatieplicht gehouden is tot toekenning van deze voorziening. deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op te heffen of te verminderen. Uitzondering hierop is de hulp in de huishouding (persoonlijke ondersteuning) welke in sommige gevallen voor een korte duur kan worden geïndiceerd. deze als goedkoopst compenserende voorziening kan worden aangemerkt. 2.. Een voorziening wordt niet toegekend of een gevraagde voorziening wordt afgewezen: Indien de voorziening niet aan het bepaalde in het eerste lid onder a., b. of c. voldoet. Indien de belanghebbende niet zijn / haar hoofdverblijf heeft in de gemeente Helmond. voor zover er aan de zijde van de belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de persoon met beperkingen voorafgaand aan het moment van beschikken op de aanvraag heeft gemaakt, tenzij het college vooraf uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft gegeven, of het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; indien een voorziening reeds eerder krachtens deze, of voorafgaande versie van deze verordening dan wel krachtens de aan de verordeningen maatschappelijke ondersteuning Helmond 2013 is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen. indien belanghebbende niet voldoet aan de in artikel 5.3 van deze verordening gestelde voorwaarden en verplichtingen. Artikel 5.3 Advisering/medewerking Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op compensatie, de belanghebbende of bij gebruikelijke zorg zijn relevante huisgenoten: op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen. op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen of onderzoeken. Belanghebbende alsook diens relevante huisgenoten in het kader van gebruikelijke zorg, hebben de verplichting mee te werken aan de oproep en bevraagd /of onderzocht te worden. Deze medewerkingsplicht behelst ook de verplichting om aan het college, gevraagd en ongevraagd, mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op compensatie. Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien: het een aanvraag betreft van een belanghebbende die niet eerder een voorziening heeft gehad dan wel met wie niet eerder een gesprek is gevoerd. het een aanvraag betreft van een belanghebbende die wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden. Artikel 5.4 Wijziging situatie Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening. Artikel 5.5 Intrekking / beëindigen Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken of het verleende recht beëindigen indien: niet of niet langer is voldaan aan de voorwaarden of verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; op grond van gegevens een besluit is genomen en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen; ingeval van wijzigingen in de omstandigheden van de belanghebbende, als ten gevolge daarvan de noodzaak als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid onder b van deze verordening is komen te vervallen. Een besluit tot het verlenen van een voorziening wordt ingetrokken als blijkt dat de belanghebbende zijn hoofdverblijf als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel u van deze verordening niet meer in de gemeente heeft. Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling van het geldbedrag niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel 5.6 Terugvordering en invordering Ingeval de aanspraak op een voorziening is ingetrokken kan een op basis daarvan reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget dan wel een verstrekte voorziening in natura worden teruggevorderd. Bij de invordering van de ten onrechte verleende geldsom maakt het college, indien mogelijk, gebruik van haar bevoegdheid tot verrekening met in de toekomst uit te betalen financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget. Bij invordering wordt rekening gehouden met de regels van de 4e tranche Awb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel