Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2009 gemeente De Ronde Venen

Een referteperiode van 5 jaar, zoals in het verleden (tot 1-1-2009) door de WWB werd voorgeschreven, wordt als te lang ervaren. Nadat belanghebbenden 3 jaar op een minimum inkomen zijn aangewezen, is over het algemeen niet veel reserveringsruimte over. Daarom wordt hier een termijn van drie jaar aangehouden. Het begrip laag inkomen wordt ingevuld als een inkomen dat tijdens de referteperiode gemiddeld niet hoger is dan 110% van de bijstandsnorm. Bij de bepaling van de inkomensgrens is aansluiting gezocht bij de al aanwezige inkomensgrens in het minimabeleid. De inkomensgrens van 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt al toegepast in de volgende regelingen: de collectieve ziektekostenverzekering, declaratiefonds sport en cultuur, computerregeling voor schoolgaande kinderen, zwemlessen voor jonge kinderen en kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. Bij de beoordeling of iemand aan de voorwaarden voor langdurigheidstoeslag voldoet, wordt het gemiddelde inkomen over de referteperiode in aanmerking genomen. Bij een verhoging van het inkomen hoeft iemand de langdurigheidstoeslag dan niet meteen te verliezen omdat het lagere inkomen in het begin van de referteperiode mee blijft tellen. Op deze manier wordt een onmiddellijke armoedeval bij een verhoging van het inkomen tegengegaan. Daardoor zal iemand niet snel geneigd zijn een mogelijke inkomensverbetering te laten lopen. De voorwaarde dat aanvrager geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 mag hebben, is niet in deze verordening opgenomen. Dit wil niet zeggen dat er geen vermogenstoets plaatsvindt. Deze voorwaarde is namelijk al opgenomen in artikel 36, lid 1, WWB. Dus ook voor beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag wordt het vermogen getoetst aan de hand van de bepalingen in de WWB. Door de bepaling in artikel 3 lid 2 van deze verordening, worden studenten uitgesloten voor het recht op langdurigheidstoeslag. Door de zinsnede "geen uitzicht heeft op inkomensverbetering" in artikel 36, lid 1 wordt al gewaarborgd dat bepaalde groepen met een goed arbeidsmarktperspectief, zoals studenten, niet in aanmerking komen voor de langdurigheidstoeslag. Dit is ook de strekking van de parlementaire discussie. Gemeenten hebben de keuze om deze bepaling aanvullend op te nemen (modelverordening VNG) dan wel deze bepaling achterwege te laten. In dat laatste geval zal in de praktijk onder verwijzing naar artikel 36, lid 1 de aanvraag ook afgewezen moeten worden. Voor alle situaties geldt overigens wel het individualiseringsbeginsel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel