Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag 2009 gemeente De Ronde Venen

In dit artikel wordt de hoogte van de toeslag geregeld. Daarbij wordt uitgegaan van een percentage van de toepasselijke bijstandsnorm. Hierdoor hoeft het bedrag van de toeslag niet jaarlijks aangepast te worden aan de wijziging in de normbedragen van de WWB. De genoemde percentages komen overeen met de bedragen zoals die golden tot 1 januari 2009. Het uitgangspunt is dat indien één van beide gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden als genoemd in artikel 36 WWB of in deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht op langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt gehuwden immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allebei, zowel afzonderlijk als gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen zoals het hebben van een langdurig laag inkomen. In afwijking op deze hoofdregel wordt in het derde lid een regeling gegeven voor situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag omdat hij of zij geen geldige verblijfsstatus heeft, gedetineerd is, langdurig verblijft in het buitenland, jonger is dan 18 jaar of zijn/haar dienstplicht vervult (artikel 11 of artikel 13 lid 1 WWB). Alleen in deze situatie komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Artikel 4 lid 3 Indien sprake is van gehuwden waarvan één persoon geen recht heeft op bijstand, wordt thans de langdurigheidstoeslag vastgesteld naar de norm voor een alleenstaande (ouder). Dit blijft zo, als er sprake is van een gezin dat slechts uit gehuwden bestaat. In artikel 4 lid 3 is tot uitdrukking gebracht, dat als in de verordening voorzien is in een specifieke bepaling die dat regelt, die bepaling wordt vervangen door een bepaling die regelt dat als er tot het gezin een niet-rechthebbende behoort, dit slechts tot aanpassing van de hoogte van de langdurigheidstoeslag leidt als er slechts één rechthebbend gezinslid overblijft

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel