1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of leidinggevende in de openbare inrichting aanwezig is.
2. De exploitant of leidinggevende is verplicht er voortdurend op toe te zien dat in de openbare inrichting geen strafbare feiten plaatsvinden.
3. De burgemeester kan openbare inrichtingen of categorieën van openbare inrichtingen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt.
4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor openbare inrichtingen als genoemd in artikel 4 van de Drank- en Horecawet.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2.37
Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en leidinggevende
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2014