1. De exploitatievergunning vervalt
a. zodra de exploitant(en) de exploitatie van de openbare inrichting heeft/hebben beëindigd;
b. indien de openbare inrichting om andere redenen dan een bestuurlijke sanctie als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, onder a van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes aaneengesloten maanden niet wordt geëxploiteerd.
2. Uiterlijk binnen één week na beëindiging van de exploitatie door de exploitant(en) geeft/geven deze daarvan schriftelijk kennis aan de burgemeester.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2.48a