Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden ter zake van binnen
de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:
een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient,
al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht op persoonlijk
recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; een
eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van
een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. Bij de gebruikersbelasting
wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in
gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is
bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel
in gebruik is gegeven; het ter beschikking stellen van een onroerende
zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende
zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig
te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. Met
betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van
het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld,
tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 1
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2014