In de verordening is geregeld voor welke voorzieningen een Pgb kan worden verstrekt.
1.Bij verstrekking van een Pgb voor hulpmiddelen is de aanvrager vrij om te kiezen voor
een leverancier. Het college bepaalt de hoogte van het Pgb door het opvragen van een koopofferte van de gecontracteerde hulpmiddelenleverancier (Harting Bank) inclusief een bedrag voor onderhoud en reparatie. Eventuele kortingpercentages worden in het Pgb verrekend.
Bij de aanvraag van een Pgb voor een traplift wordt door het college een koopofferte opgevraagd. De hoogte van het Pgb wordt gebaseerd op de koopofferte (inclusief eventuele kortingspercentages) inclusief een bedrag voor onderhoud en reparatie. Het kan om een nieuwe voorziening gaan, maar ook om een voorziening uit depot.
2.De omvang van het Pgb is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie
goedkoopst compenserende voorziening in natura.
3.Jaarlijks wordt - wanneer van toepassing - een bedrag uitbetaald voor
onderhoud, reparatie, WA-verzekering en keuring (bijvoorbeeld bij een scootmobiel of fietsvoorziening) voor de verwachte levensduur van de voorziening die als Pgb verstrekt is. De hoogte van het bedrag wordt middels de koopofferte vastgesteld.
4.Het Pgb voor hulp bij het huishouden wordt in dertien perioden van vier weken
uitbetaald.
5.Voor bepaling van de hoogte van het Pgb voor hulp bij het huishouden geldt dat er
onderscheid gemaakt wordt tussen formele en informele zorg.
6.Bij formele zorg geldt een marktconform tarief van € 20,30 (HbH1) en € 25,00
(HbH2).
7.Bij informele zorg wordt aangesloten bij het minimumloon en bedraagt het uurtarief
€ 13,65.
8.De hoogte van het Pgb wordt vastgesteld door de indicatie in uren en minuten te
vermenigvuldigen met het toepasselijke uurtarief.
De hulp bij het huishouden wordt geïndiceerd in uren en minuten per week.
Het Pgb voor woonvoorzieningen (niet-bouwkundige en niet-woontechnische
woonvoorzieningen), vervoers- en verplaatsingsvoorzieningen (rolstoelen, fietsvoorzieningen e.d.) wordt in één keer verstrekt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
– Voorziening anders dan in natura
Onderdeel van Besluit Wmo gemeente Oisterwijk 2014