1. a. De belasting bedoeld onder artikel 2 lid a en b is verschuldigd
bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang
van de belastingplicht. b. Indien de belastingplicht met betrekking tot
het perceel in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel in de
loop van het belastingjaar het aantal personen dat het perceel gebruikt
meer wordt dan één, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat
jaar, na de aanvang van de belastingplicht, dan wel na vermeerdering van
het aantal personen, nog volle kalendermaanden overblijven. c. Indien de
belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het
belastingjaar eindigt, dan wel in de loop van het belastingjaar het
aantal personen dat het perceel gebruikt minder wordt dan twee, bestaat
aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
belastingplicht, dan wel na vermindering van het aantal personen, nog
volle kalendermaanden overblijven. 2. De belasting bedoeld onder artikel
2 lid c is verschuldigd op het tijdstip dat de door of vanwege de
gemeente tot stand te brengen aansluiting op de gemeentelijke riolering
is aangevraagd.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2014