Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9.

Indeling in categorieën

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB

Gedragingen van belanghebbenden waardoor een verplichting op grond van artikelen 9, 9a, 10a, 41, en 44a van de wet niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: 1. Eerste categorie: het niet naar vermogen verrichten van door het college opgedragen onbeloondemaatschappelijk nuttige activiteiten als tegenprestatie in de zin van artikel 9, eerste lid,onderdeel c, van de wet; het niet of in onvoldoende mate gebruik maken van door het college aangebodenonbeloonde additionele werkzaamheden als bedoeld in artikel 10a van de wet. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeldin artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de wet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoel in artikel 9a, eerste lid, van de wet. 2. Tweede categorie: het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met dearbeidsinschakeling op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evaluerenvan een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a, van de wet; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkhedentot (arbeids)participatie anders dan het niet daartoe verschijnen zonder bericht vanverhindering; het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en teaanvaarden; het stellen van onredelijke eisen of vertonen van gedraging(en) of uiting(en) tenaanzien van het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid, die het aanvaarden of verkrijgen hiervan belemmeren; andere gedragingen die de (arbeids)participatie belemmeren; het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangebodenvoorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, en artikel 10, eerste lid, van de wet, waaronder begrepen sociale activering; het onvoldoende nakomen van de verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, ofartikel 55 van de wet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar,gedurende vier weken na de melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de wet; het niet naar vermogen trachten de mogelijkheden naar door het Rijk bekostigdonderwijs te onderzoeken gedurende de termijn, genoemd in artikel 41, vierde lid, van de wet; het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, waaronder begrepengesubsidieerde arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel